Legende bij de kaart:
geel: duinen
lichtgroen: overstroomd gebied
middengroen: veen met klei bedekt
donkergroen: niet overstroomd
In de Romeinse tijd zag onze kustlijn er totaal anders uit (zie afbeelding).
De streek van Oostende en Zandvoorde was volledig overstroomd. In dat overstromings-gebied ontstond een diepe, brede kreek die tot in Oudenburg liep. In de loop van de vele jaren ontstonden (door verzanding) in die kreek eilandjes (kreekruggen) die droog kwamen te liggen.
Op één van deze ruggen is Zandvoorde ontstaan in de 8ste eeuw. Deze hoger gelegen zandrug bood een veilige plaats om te wonen, midden in een drassig schorgebied. De rug (4 à 5 meter boven de zeespiegel) liep van aan het huidig kruispunt Grintweg-Zwanenlaan en volgde de Grintweg en Zandvoordedorpstraat tot aan Oudenburg.
De naam Zandvoorde is samengesteld uit oude termen “sand” en “furdu” wat betekent een zanderige, doorwaadbare plaats.
Het aantal bewoners zal zeer beperkt geweest zijn en bestond uit landbouwers-schaapkwekers en turfontginners.
Schrijfwijzen:
1249 : Zantvorde
1250 : Zandvorde
1271 : Santforda
1275 : Zantvorde
1283 : Santforde
1295 : Zandtvoorde
1300 : Zandvorde
1335 : Zandvoorde
Op een getekend plan uit 1571 (Pourbus) zijn een kerk, een windmolen, een kasteel (Quaet Casteel of Duvelstorre) en een paar huizen te zien
Reeds in die tijd bestand die typische splitsing aan de makt van Zandvoorde: een straat liep naar Oostende en een andere richting vaart.
De grote ommekeer: het beleg van Oostende (1601-1604)
In 1594 werd, in het kader van de godsdienstoorlog de duinen ten oosten van Oostende doorstoken, dit om de stad Oostende te verdedigen. Daardoor kwam werd een deel van het hinterland overstroomd en werd het dorp Zandvoorde bedreigd door het zeewater.
Om zich te beschermen tegen het dreigend water, besloot men dijken aan te leggen om de bewonerskernen te beschermen.
In 1663 werd een dijk aangelegd om Zandvoorde te beschermen (loop: vaart Plassendale- kruispunt Grintweg/Zwanenlaan – Zwanenlaan – Groene Dijk tot aan de vaart. Deze dijk is hier en daar nog te herkennen in het landschap (zeker vóór de heraanleg van de Zwanenlaan).
Afbeelding: kaart uit 1745 waar Zandvoorde en de Nieuwe Polder reeds beschermd is door een dijk.
Na het beëindigen van de oorlog ontstond een nieuw probleem: de havengeul van Oostende dreigde dicht te slibben.
Om deze verzanding tegen te gaan, maakte men gebruik van spoelpolders (gebieden die bij hoog water onder water liepen – water ophouden tot het laag water werd en dan de sluizen open zetten zodat het water met geweld naar de zee stroomde en zo het slib meenam). Het water ter hoogte van de Keignaert schuurde niet alleen de havengeul uit, maar ook de Keignaert die op een bepaald ogenblik 8 meter diep werd.
Daarom besloot men in 1700 een nieuwe dijk (Gemene Dijk) aan te leggen om de Keignaert af te sluiten. Verloop van deze dijk: kruispunt Grintweg/Zwanenlaan – Grintweg richting steenbakkerij- over de Gistelse Steenweeg naar de Polderdijk.
Omdat er jaarlijks een aanslibbing was van 1 cm, werden sommige spoelpolder ondiep en moest men overgaan tot het aanleggen van andere spoelpolders. Zo had men de Nieuwe Polder, de Keignaertpolder, Catherina Polder en Snaaskerke Polder. Opvallend aan deze poldergebieden zijn de rechte wegen (Karperstraat – Langestraat – gebied Stene/Snaaskerke).
Dijkbreuken waardoor de Vingerlingput ontstond en “de put van Goethals” (te situeren naast huis van Guido Lombaert in de Grintweg.
In deze periode is het Zandvoords krekengebied ontstaan met o.a. de Keignaert.
Afbeelding: de verschillende dijken
Het mooi krekenlandschap van Zandvoorde (foto uit 2006)